Mijn Cultuurgeschiedenis deel 2 (1815 - 1918)
Mijn Cultuurgeschiedenis deel 2 (1815 -1918) longread
Onder Koning Willem 1 werd België bij Nederland gevoegd. Men wilde na het Franse keizerrijk een buffer vormen tegen mogelijke nieuwe aanvallen. We werden het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden.
Dit hield niet lang stand. In 1830 brak er door de grote culturele verschillen tussen grotendeels katholiek en Frans sprekend België en het protestantse Nederland een revolutie uit. België werd weer afgescheiden van Nederland, wat door Nederland in 1839 ook erkend werd.
Nederland werd een eenheidsstaat. De provincies werden gehandhaafd en Noord-Brabant en Limburg kregen ook die status. De scheiding tussen stad en platteland werd opgeheven en worden gemeenten. Het recht wordt landelijk geregeld. Rotterdam groeit uit tot de grootste haven van Nederland. De eerste spoorlijn werd aangelegd en door heel Europa ontstond er een spoornetwerk.
Politiek
In de Tweede Kamer waren er drie stromingen, de liberalen, de conservatieven en de anti-revolutionairen. Die laatste groep - want politieke partijen bestonden nog niet - stond onder leiding van Guillaume Groen van Prinsterer. Die was zeer Bijbels en fel gekant tegen de idealen van de Franse revolutie. Hij wilde een Nederland dat op Bijbelse leest geschoeid was. Hij was de tegenstrever van Johan Rudolph Thorbecke, die wilde grondrechten voor de burger bewerkstelligen.
Er heerste een revolutionaire sfeer in het Europa van 1848 en koning Willem || was daar voor Nederland ook bang voor. Dus gaf hij de intellectuele grootheid Thorbecke de opdracht voor het schrijven van een grondwet. Die werd geschreven en ingevoerd in 1848. Onze koning kreeg daardoor minder macht. De eindverantwoordelijkheid kwam te liggen bij de ministers en de koning werd onschendbaar. De regering moest verantwoording afleggen aan de Tweede Kamer om de macht te kunnen controleren en de rechters werden onafhankelijk gemaakt. Hiermee werd de basis gelegd voor de parlementaire democratie zoals we die nu kennen.
Het motto van de Franse Revolutie van 1789 was Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap. Het vrijheidsideaal werd uitgewerkt tot het economisch liberalisme, waarin de overheid zich nauwelijks bemoeit met de economie. De overheid moest een zogenoemde nachtwakersstaat worden, alleen nodig voor noodzakelijke dingen zoals nationale veiligheid en ordehandhaving. Het broederschapsmotto werd uitgewerkt en daaruit ontstond het socialisme. Ferdinand Domela Nieuwenhuis richtte in 1881 de Sociaal-Democratische Bond op, een voorloper van de SDAP, die weer een voorloper was van de Partij van de Arbeid.
De negentiende eeuw staat bekend als de eeuw van grote wetenschappelijke ontdekkingen en technologische toepassingen en vooruitgang.
De Industriële revolutie begon met de uitvinding van de stoommachine waardoor onder andere niet lang daarna de stoomtrein werd uitgevonden. Groot Brittannië was het eerste land dat met de Industriële revolutie te maken kreeg, daarna volgde de rest van Europa en daarna de hele wereld.
Fabrieken
We waren niet langer alleen afhankelijk van menskracht, paardenkracht, watermolens en windmolenkracht, maar machines gingen voor ons werken. Onder anderen in de textielsector vonden hierdoor grote veranderingen plaats. Werkplaatsen groeiden uit tot grote fabrieken. Daar ontstond arbeidsdeling, en er kwamen fabrieksarbeiders te werken. De toenemende arbeidsdeling zorgde voor grotere productiviteit en hogere lonen, maar ook tot vervreemding tussen de arbeider en het product van zijn arbeid. Dit is goed voor te stellen als het gevolg van een uitvinding als de lopende band. Een arbeider staat bij wijze van spreken aan de lopende band de hele dag door een onderdeeltje van een ander onderdeeltje te scheiden, maar staat helemaal niet in contact met het begin van het werkproces of het eindproduct ervan. Dit gehele proces werd beschreven en bekritiseerd door de filosoof en socioloog Karl Marx in zijn dikke en beroemd geworden boek Das Kapital.
Er was aan het begin van de negentiende eeuw veel werkloosheid en armoede. Door de toename van de industrie kwamen meer mensen aan het werk. De welvaart steeg, maar dit kwam eigenlijk niet ten goede van de gewone mensen. Fabrieksarbeiders moesten zeer lange uren en werkweken draaien en hadden zeer slechte arbeidsomstandigheden. Zij deden eentonig werk in vuile en gevaarlijke omstandigheden. Er werden kleine arbeidershuisjes en wijken gebouwd in een stad als Londen, met weinig ruimte, geen toiletten en geen riolering. Deze tijd en barre omstandigheden zijn goed omschreven in de literatuur door de grote Britse schrijver Charles Dickens.
De Sociale Kwestie
De standenmaatschappij vervaagd in deze tijden en wordt vervangen door de klassenmaatschappij. De sociale ongelijkheid blijft bestaan en wordt verschoven naar wat Karl Marx noemt de “productieverhoudingen” en wie de “productiemiddelen” in handen heeft. Er komt een nieuwe stand bij, een nieuwe klasse dus, een onderklasse, het proletariaat. Door de barre omstandigheden van waarin de arbeiders moesten werken, hun uitzichtloze bestaan, in combinatie met het goedkoper worden van sterke drank, ontstond er een groot probleem onder de arbeidersklasse van alcoholisme. Vanuit de christelijke burgerij probeert men dit tegen te gaan door op te roepen tot matiging van gebruik.
De omstandigheden in die eerste fase na de Industriële revolutie was er een van achteruitgang. Omwille van het werken met machines werden mensen ingezet om als radertjes in het wiel te fungeren voor de economie. Wie bekommerde zich om het lot van de arbeiders? Zo ontstond wat bekend kwam te staan als de Sociale Kwestie.
De Socialisten kwamen in verzet. Een van de grootste doornen in het oog was wel de kinderarbeid. Door volharding kwam uiteindelijk ook de burgerij in het verzet en kon een verbod op kinderarbeid worden ingevoerd. De Socialisten zorgden ook voor het oprichten van vakbonden, die opkwamen voor de belangen van arbeiders. Door aanhoudende druk en stakingen wisten zij veel te bewerkstelligen voor betere werkomstandigheden. Zo kwamen er kortere werkdagen, strengere veiligheidseisen, betere bescherming van vrouwen en kinderen, en de introductie van sociale verzekeringen.
De confessionelen (christenen) hebben het ideaal grootgemaakt van het kostwinnersmodel, waarin de man buitenshuis werkt en zorgt voor brood op de plank, terwijl de vrouw thuis blijft, voor de kinderen zorgt en het huishouden doet. Dit model werkt nog altijd door in onze huidige maatschappij en staat in spanning met ge-emancipeerde vrouwen en mannen die meer zijn voor gelijke verdeling van werk en zorg.
De liberalen op hun beurt zijn (vaak) ge-occupeert met de economische kant van het leven. In de economische wetenschap wordt het beeld populair van de mens als homo economicus. De mens zou een rationeel wezen zijn die al calculerend handelt voor zijn eigenbelang en probeert zijn economische positie te verbeteren. Als iedereen dit zou nastreven worden de beste omstandigheden bewerkstelligt in de maatschappij voor de grootste groep mensen.
Deze drie stromingen, het socialisme, het confessionalisme en het liberalisme, zijn de drie grootste en belangrijkste stromingen in ons land, en hebben niet alleen Nederland vormgegeven, maar mijn persoonlijke leven ook. Ik ben er mee opgegroeid en er diepgaand door beïnvloed. Ik kom uit een Nederlands Hervormd, liberaal middenstandsgezin. Mijn vader was de kostwinner, mijn moeder zorgde voor het huishouden en voor de kinderen. Ik werd voorgelezen uit de kinderbijbel en ging naar een protestantse basisschool en middelbare school. Mijn ouders stemden liberaal.
Rationalisme
Het filosofisch rationalisme dat een aanvang neemt bij René Descartes (ik denk dus ik ben) ligt behalve bij het economisch denken ten grondslag aan het model voor de moderne wetenschap. Het wetenschappelijk rationalisme wordt de norm alsmede het logisch positivisme. Het positivisme gaat ervan uit dat alleen wetenschappelijke experimenten harde kennis kunnen opleveren. Hieruit ontstaan de empirische wetenschappen. Dit zijn bijvoorbeeld natuurkunde, scheikunde, biologie, geneeskunde en sociologie.
Wetenschap
Enkele wetenschappelijke revoluties: In de biologie zorgde Charles Darwin voor grote opschudding. Hoewel het idee van evolutie binnen de dierensoorten al een tijdje rondzong, heeft Darwin door zijn jarenlange onderzoek en doorwrochte publicaties de eer gekregen dat de evolutietheorie op zijn naam is komen te staan. In de geneeskunde kwam het belang van hygiëne eindelijk in zicht. Zaken in ziekenhuizen als handen wassen en desinfecteren werden ingevoerd. Men begreep dat niet slechte lucht, maar besmet drinkwater de cholera epidemie verspreidde. Men begreep ook dat bacteriën en virussen en niet ‘slechte geuren’ de oorzaak waren van ziekten.
Zelf vind ik de tweede helft van de negentiende eeuw een buitengewoon interessante tijd en misschien wel een tijd waarin ik zelf zou willen leven. Behalve de wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen die razendsnel gingen, alleen geëvenaard misschien door de tijd waarin wij nu zelf leven, waren er ook veel spannende ontwikkelingen op het geestelijk vlak. Achtereenvolgens kwamen de (diepte)psychologie op, de parapsychologie, de psychiatrie, het spiritisme en de Theosofie.
Psychiatrie
Het vakgebied van de psychiatrie bijvoorbeeld vond in de late negentiende eeuw haar oorsprong. Geesteszieken werden eeuwenlang in dolhuizen weggestopt en verborgen gehouden van de maatschappij. Daarbij was men niet zuinig, iedereen die buiten de norm viel kon naar het dolhuis worden gestuurd: ook zwakzinnigen, asocialen, epileptici, verslaafden, dementerenden en criminelen werden daar vaak naartoe gestuurd. De kans om levend het dolhuis te verlaten was klein. Met de ontwikkeling van de medische wetenschap veranderde de blik op geesteszieken geleidelijk. Dolhuizen werden krankzinnigengestichten. Men ging nu eindelijk proberen deze mensen een menswaardiger bestaan te gunnen. In de krankzinnigengestichten ging men experimenteren met de patiënten normale bedden en kleding te geven en vrij te laten rondlopen. De verpleging en behandelingen gingen zich richten op genezing in plaats van het afschrijven van geesteszieke mensen.
De psychoanalyse
De psychoanalyse werd uitgevonden door de Weense arts en latere hoogleraar Sigmund Freud. Naar ideeën die de Duitse filosoof Arthur Schopenhauer al had geopperd over onze diepste drijfveren, beschreef Freud een systeem waarin de mens gedreven wordt door het onbewuste. Onbewuste driften, agressieve en seksuele driften, zetten de mens aan tot niet zomaar een beetje, maar al zijn handelen. De mens is helemaal niet zo redelijk als wij dachten te zijn. Wij zijn gewoon speelballen van onze onbewuste driften. Wij leerden harde lessen over de mens.
Eerst was daar al Copernicus die ons leerde dat de aarde niet het middelpunt van het universum was. Toen was daar Charles Darwin die aantoonde dat wij mensen in feite aangeklede apen zijn afstammend van andere soorten dieren in een keten van evolutie werkend volgens het principe van overleven in de natuur volgens het overleven van de best aangepaste soort; een keten die terugvoert tot de stam van onze gezamenlijke stamboom: de eerste eencellige diertjes uit de zee. En nu was daar Freud die aantoonde dat wij mensen helemaal niet zulke verheven, rationele wezens zijn, maar aangestuurd worden door ontembare onbewuste agressieve en seksuele driften. De mens werd driemaal van zijn troon verstoten. Niet verwonderlijk dat men van de weeromstuit ook weer heil ging zoeken in spirituele zaken.
Spiritisme
In de tweede helft van de negentiende eeuw ontstond het moderne spiritisme wat ook razend populair werd. Zowel in Amerika als in Nederland, met name in de hogere kringen. Spiritisme werd vroeger ook al aangehangen in bijvoorbeeld India, Tibet of het oude Egypte. Het is het geloof dat de mens na zijn dood voortleeft als geest. De geesten zijn in staat te communiceren met de levenden, vaak gebeurd dit dan via een medium. Het spiritisme gaat uit van een lichaam en een geest, waarvan de geest geheel voortleeft na het afleggen van het lichaam. Dit vertoont overeenkomst met het platonisme en het christendom via de notie van de eeuwige ziel. Het ouija bord werd bedacht en op de markt gebracht. Dat is een spel met een bord en een wijzer en aan de buitenkant letters, die de geest door hem te bevragen de mogelijkheid geeft om te communiceren door de wijzer te verplaatsen naar de letters en zo woorden te vormen.
Er werden verenigingen omtrent het spiritisme opgericht. In Nederland was de schrijver en psychiater Frederik van Eeden één van degenen die daarbij betrokken was. Er ontpopten zich vrij snel vele zogenaamde mediums, waar ook veel oplichters tussen zaten. Dat ligt natuurlijk voor de hand, aangezien een medium kan beweren contact te hebben met een geest, maar dit moeilijk te bewijzen valt. Iemand als Frederik van Eeden wilde er zeer graag in geloven, aangezien hij in een diep rouwproces zat over het verlies van zijn zoon en graag contact met hem zou leggen.
De Theosofie
De Theosofie is een wijsheidsleer die een synthese tracht te maken tussen wetenschap, spiritualiteit en religie en stelt dat alle wereldse wijsheid stamt uit één oersysteem dat vroeger bekend was bij alle grote beschavingen. De term Theosofie werd al in de derde eeuw van onze jaartelling gebruikt, werd ook in de achttiende eeuw gebruikt, maar het was de Russische esoterica Hélena Blavatsky die deze leer in de negentiende eeuw vanuit het oosten naar Europa bracht. Alle kennis, stelt de Theosofie, is een ontsluiering van oude waarheden, vandaar de titel van één van Blavatsky’s boeken Isis ontsluierd. (Dit is overeenkomstig met een lering van Plato, die zei dat alle kennis een herinnering van kennis is).
Theosofen gaan van de veronderstelling uit dat bewustzijn voorafgaat aan alle manifestatie. Dit staat lijnrecht tegenover de aanname van materialistische wetenschappers die stellen dat bewustzijn het gevolg is van chemische reacties in de manifestatie. Wilsvrijheid en vrijheid van keuze moet aan de basis liggen van elk streven naar wijsheid. Theosofie kent geen verplichte leerstellingen, überhaupt geen verplichtingen dan die voortkomen uit de eigen moraliteit. De Theosofie gaat uit van andere werkelijkheden - mentaal of astraal - dan de waarneembare stoffelijke werkelijkheid. De leer kent typisch Theosofische visies over begrippen als reïncarnatie, karma, hiërarchieën, evolutie en erfelijkheid.
In Blavatsky’s hoofdwerk De geheime leer, worden drie grondstellingen van de Theosofie naar voren gebracht: 1) Een alomtegenwoordig, eeuwig, grenzeloos en onveranderlijk beginsel, waarover elke speculatie onmogelijk is, omdat het het menselijk begripsvermogen te boven gaat en door menselijke uitdrukkingen of vergelijkingen alleen kan worden verkleind. 2) De eeuwigheid van het Heelal als een grenzeloos gebied, dat periodiek het toneel is van talloze Heelallen die zich onophoudelijk manifesteren en weer verdwijnen en die de zich manifesterende sterren en de vonken van de eeuwigheid worden genoemd. 3) De fundamentele gelijkheid van alle zielen met de Universele Overziel, die zelf een aspect is van de onbekende wortel; en de verplichte pelgrimstocht van iedere ziel door de cyclus van incarnatie (of: noodzakelijkheid) in overeenstemming met de cyclische en karmische wet gedurende het hele tijdperk.
Technologie en kunst
Na verloop van tijd kwamen uit de industrialiteit vele technische toepassingen en uitvindingen voort. De telegraaf en de telefoon werden uitgevonden en maakten de wereld kleiner dan dat die was. De fiets werd uitgevonden en werd eind van de negentiende eeuw gemeengoed dankzij een veilig model, en maakte de mobiliteit van mensen groter. Niet lang daarna werd de auto uitgevonden. De auto was eerst een exclusief speeltje, maar in de loop van de twintigste eeuw kwamen er steeds meer in het straatbeeld. De straatverlichting werd uitgevonden, de gaslamp, de radio, de grammofoon, de film, de bioscoop en de fotografie. Het was een ware revolutie aan technische uitvindingen. Het was ook de tijd van de opkomst van de roman, waardoor ook vrouwen meer in de picture konden komen als schrijver. In de literatuur was er de beweging de Tachtigers, met literatoren als Willem Kloos, Frederik van Eeden, Herman Gorter en Marcellus Emants, hoewel die laatste eerder een voorloper van de beweging was. Een andere grootheid in de literatuur, nog steeds heel bekend, was Louis Couperus, een echte dandy.
Ook in die tijd, nog voor de beweging der Tachtigers, schreef Eduard Douwes Dekker onder het pseudoniem Multatuli (ik heb veel leed gedragen) zijn belangrijkste boek de Max Havelaar (1860). De schrijver was jong met zijn vader vertrokken naar Indonesië (Batavia, thans Jakarta) en had daar een betrekking gevonden als ambtenaar. Hij zag er de vele wantoestanden onder verantwoordelijkheid van het Nederlandse koloniale bewind. De Max Havelaar hekelt de behandeling van de plaatselijke bevolking door Nederlandse en Nederlands-Indische bestuurders. Douwes Dekker werd zeer gewaardeerd als schrijver, ook in het buitenland, en vandaag de dag geldt de Max Havelaar als één van de belangrijkste boeken uit de geschiedenis van de Nederlandse literatuur.
In 1853 werd Vincent van Gogh geboren in Zundert. Hij begon eerst met tekenen maar ging al snel ook schilderen. Zijn werk valt onder het post-impressionisme, wat het impressionisme opvolgde. Zijn invloed op het expressionisme was enorm. Vincent schilderde zo mooi, intens en eigenzinnig als weinigen voor hem hadden gedaan, maar hij worstelde ook erg met zijn leven en bij fases met zijn psychische gezondheid. Door een aantal psychoses belandde hij ook in een psychiatrische inrichting, een inrichting die hij ook weer schilderde en heden een beroemd schilderij is geworden. Tijdens zijn leven was Vincent nauwelijks bekend en hij verkocht dan ook helemaal niets van zijn werk. Zijn broer Theo was kunsthandelaar en stuurde Vincent iedere maand een toelage waarvan Vincent moest zien te leven en zijn schildersbenodigdheden moest zien te bekostigen. Pas aan het eind van zijn leven verkocht hij één schilderij en werd hij lovend beschreven door een recensent.
Vincent maakte zelf een einde aan zijn harde, tragische leven, maar werd postuum wereldberoemd. Het Van Gogh museum en het Kröller Möller museum hebben het meeste van zijn schilderijen staan, musea die jaarlijks door honderdduizenden bezocht worden. Vincent schreef ook vele brieven, meestal gericht aan zijn broer, en die zijn zeker ook zeer de moeite waard om te lezen. De aardappeleters, de sterrennacht en de zonnebloemen behoren tot de beroemdste kunstwerken ooit gemaakt door een Nederlander.
Frederik van Eeden (1860 - 1932) wil ik nog even verder uitlichten omdat hij een genie was die mij op vier verschillende vlakken heeft aangesproken. Hij is zijn carrière begonnen als huisarts en vervolgens psychiater en heeft een tijd lang een patiënt in huis genomen om zorg voor te dragen. Als psychoanalyticus onderhield hij een correspondentie met Sigmund Freud. Daarnaast was hij een vooraanstaand literator, lid van de Nieuwe Gids en de Tachtigers beweging, en heeft twee meesterlijke romans geschreven: De kleine Johannes en Van de koele meren des doods. Daarnaast schreef hij ook gedichten en toneelstukken.
Hij was ook nog een wereldverbeteraar die zijn idealen vorm gaf door een commune te stichten in Bussum, Walden geheten, waarvoor hij geïnspireerd was geraakt door het boek Walden or life in the woods van Henry David Thoreau. Het Walden-experiment dat liep van 1898 tot 1907 is van invloed geweest voor het socialisme in Nederland: alle besluiten werden gezamenlijk genomen en de grond was gemeenschappelijk eigendom. In principe zorgde iedereen die er woonde voor zijn eigen voedsel. Uiteindelijk ging de commune ten onder aan zakelijk amateurisme en oneerlijk delen onder bewoners. Walden ging failliet.
In zijn latere leven ging Van Eeden zich steeds meer bezig houden met het opkomende spiritisme. Zijn romans getuigen ook van een diepe spiritualiteit, zoals bijvoorbeeld in Van de koele meren des doods, waarin Van Eeden de helende waarde stelt van religie en psychoanalyse tegenover de fatalistische opvattingen van de naturalistische auteurs. Aan het eind van zijn leven liet hij zich bekeren tot de Rooms Katholieke kerk. Hij stierf op tweeënzeventig jarige leeftijd.
Familie
Eind negentiende eeuw is mijn familiegeschiedenis mij uit overlevering bekend. In 1881 werd mijn overgrootvader geboren. Hij heette Arie Baars. Ik geloof niet dat de Baarsen uit gegoede omstandigheden kwamen, dus breed hebben ze het niet gehad. In die tijd kwam het veel voor dat kinderen na de lagere school geen vervolgonderwijs meer kregen. Mijn overgrootvader ook niet en ging na een aantal jaren lagere school meteen aan het werk. Hij werd losse arbeider. Dat wil zeggen dat hij zich ‘s ochtends meldde bij een soort arbeidsbureau met andere dagloners en vaak was er dan werk met het laden en lossen van vrachtvervoer. Sjouwer noemden ze dat. Als ze geen werk hadden gingen ze een stempel halen. Dan kreeg hij een paar bonnen om brood van te kopen.
Arie Baars ging trouwen en samen kregen ze tien kinderen: vijf meisjes en vijf jongens. Een van die jongens was mijn opa Pieter. Een oudere zoon was Huib, die kocht een motor waar mijn vader later vaak op mocht rijden. Dan was er zoon Arie Baars, een jongere broer, die werd corporaal in het leger en werd uitgezonden naar Indonesië tijdens de onafhankelijkheidsoorlog. Aart was een andere zoon, dan waren er de vijf meisjes en tot slot de jongste zoon Willem. Dat ging niet goed bij de geboorte. Hij had zuurstof tekort en dat had gevolgen voor zijn gesteldheid. Willem is analfabeet gebleven en kon slechts een klein beetje rekenen. Met zijn beperkte vaardigheden heeft hij toch kans gezien om iets van een baantje te houden. Dan ging hij bij de huizen langs en verkocht wat spulletjes.
Mijn overgrootvader is lange tijd in zijn leven alleen geweest met zijn tien kinderen, nadat zijn vrouw op vroege leeftijd kwam te overlijden. Mijn vader heeft daarom zijn oma nooit gekend. Toen de zusjes een jaar of twaalf waren, werden ze van school gehaald en moesten ze mee gaan helpen in de huishouding. Alle zussen zijn ook getrouwd. Ze heetten Pleuntje, Lena, Adriaantje, Lijntje en Jans. Dat zijn mijn oudtantes. De man van Pleuntje werkte in het psychiatrisch ziekenhuis Portugaal als onderhoudsmonteur. Alle oudtantes kregen op hun beurt ook weer kinderen. Er lopen dus nog vele verre familieleden van mij rond vermoedelijk in Rotterdam en omstreken.
Er was in die tijd nog geen bijstand of AOW, maar er was misschien een beetje financiële ondersteuning vanuit de kerk, de armenzorg of een burgerlijke instantie. Arie Baars heeft in ieder geval tot op late leeftijd hard doorgewerkt, waardoor zijn rug helemaal was kromgegroeid. Desondanks heeft hij tot op hoge leeftijd geleefd en is hij vierentachtig geworden.
Europa
Door de industrialisatie werden de legers in Europa gemoderniseerd. De trots op de imperiale prestaties en op de eigen (nieuwe) naties erbij in aanzien genomen zorgden voor een groeiende sfeer van militarisme in Europa die jarenlang heerste. De gedachten begonnen post te vatten dat conflicten ook wel eens gewapend opgelost konden worden. Er had een betrekkelijk lange periode vrede geheerst in Europa. Dit kruidvat waar Europa nu in zat en wat op ontspringen stond was de oorzaak van de Eerste Wereldoorlog.
Op 10 september 1912 werd mijn opa geboren, Pieter Baars, de vader van mijn vader. Hij was nog geen twee toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak.
De aanleiding voor de oorlog werd het doodschieten van de Oostenrijk-Hongaarse troonopvolger Franz Ferdinand toen deze met zijn vrouw een bezoek bracht aan Sarajevo. De Great War was toen begonnen. (Zo werd de oorlog toen genoemd, na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog veranderde dat in de Eerste Wereldoorlog). Aan de ene kant waren er de geallieerden Frankrijk, Rusland en Engeland, daar sloten later andere landen zich bij aan, en aan de andere kant de centrale mogendheden die de oorlog begonnen waren: Duitsland, Oostenrijk-Hongarije, het Ottomaanse Rijk en Bulgarije. Met nieuwe oorlogsmiddelen zoals tanks, vliegtuigen, gifgas en machinegeweren werd het een nieuw soort oorlog. De oorlogstactieken waren echter nog steeds ouderwets. Zo kwam het dat er gedurende een groot deel van de oorlog maar weinig terreinwinst door alle partijen werd geboekt. Daar ontstond de loopgravenoorlog door en uiteindelijk zijn er vele miljoenen soldaten en burgers overleden. In 1917 trok Rusland zich terug uit de oorlog, de Verenigde Staten konden telkens nieuwe troepen sturen wat een langzame doorbraak gaf, Duitsland raakte uitgeput en uiteindelijk in 1918 kon de vrede worden gesloten.
Vele soldaten waren in euforische toestand naar het front getrokken vanwege het klimaat dat ik zojuist beschreef, het bleek echter een gruwelijke ellende te zijn die oorlog, en de hele wereld was opgelucht toen het bloedvergieten gestaakt werd. Officieel werd de oorlog afgesloten in 1919 in het vijfde verdrag van onderhandelingen tussen Duitsland en de Entente die bekend staat als de Vrede van Versailles.
Bronnen: mijn geheugen 90%, wikipedia 5%, google AI 5%
Reacties
Een reactie posten