Brief aan Bert Keizer

 Geachte Bert Keizer,


Als lezer van Trouw ben ik natuurlijk ook bekend met uw columns in die krant. Op gegeven moment wilde ik afhaken, omdat u iedere tweede column weer vrolijk verklaart dat God niet bestaat, en dat begon te vervelen, maar toen hoorde ik u een keer voor de radio bij het programma OVT, en realiseerde mij na slechts twee minuten hoe intelligent u bent. Wel passend voor iemand die zowel arts als filosoof is. Sindsdien ben ik u gaan hoogachten en lees ik uw columns met hernieuwde interesse. 


Onlangs deed u een boekje het licht zien en daar wilde ik het even over hebben met u. Denken zonder vleugels heet het. U neemt de Britse filosoof David Hume als uitgangspunt om vrij te filosoferen. Ik was al op de hoogte van zijn beroemde voorbeeld van de biljarttafel met de biljartballen waarmee hij aantoonde dat wij strikt genomen niet weten of causaliteit echt bestaat. Ik begreep dat voor het lezen van uw boekje niet, want het leek mij zo klaar als een klontje dat causaliteit bestaat. Immers, de ene biljartbal wordt gestoten door de keu en wanneer die bal de ander raakt heeft dat tot gevolg dat de tweede bal in beweging komt. Het een komt door het ander. U legt fraai uit dat ons brein dat eigenlijk invult en dat wij als eerste een bewegende bal zien en wanneer die de ander raakt de tweede zien gaan bewegen. Dat het ene uit het andere volgt is niet waterdicht te maken. Uiteindelijk is die causaliteit een hypothese die geloochenstraft zou kunnen worden op het moment dat een keer voorkomt dat de ene bal bal tegen de ander aan rolt en die andere bal helemaal niet beweegt. Het zou kunnen. Even simpel uitgelegd. 


Wat u verder doet in uw boekje is het ene na het andere beredeneren volgens de regels van de logica. Zo komt u erop uit dat het bestaan van een schepper van universum niet logisch is. En de geest komt voort uit de hersenen, een geest die bestaat zonder hersenen is niet logisch. En eigenlijk is een wereld van fenomenen waarin geen waarnemer zou zijn en toch bestaat ook niet logisch. 


U concludeert dan ook tandenknarsend dat het logisch redeneren u soms tot wanhoop drijft. Want veel dingen blijken niet logisch te zijn. Het alleen maar redeneren stuurt ons vaak naar een mist. Naar een mysterie, zou ik willen zeggen. Het niet weten is toch voor u een stil genoegen schrijft u. We hebben toch een beetje verbeelding nodig, want wie de verbeelding wegschrapt, blijft met de ratio zitten. 


Nu gebruik ik zelf het woord God niet graag, maar nu wel even om aan te geven dat ik het zo verwonderlijk vind dat het ene type mens al redenerend never nooit uitkomt op een geloof in God, terwijl het andere type mens voor zover redenerend juist altijd uitkomt op een geloof in het bestaan van God. U behoort tot het eerste type. Ik tot het tweede. Het ene type overtuigd door gesprekken nooit het andere. Hoewel er wel eens een ongelovig iemand is die door een mystieke ervaring ineens het licht ziet. En het ook andersom voorkomt dat gelovig opgevoede kinderen later in het leven van iedere vorm van geloof afstappen. 


Ik zou zeggen dat uw premisse verkeerd is. U gaat uit van een wereld die fundamenteel bestaat uit materie en een universum dat bestaat uit materie, en verder alleen lege ruimte. Dat is immers de waarneembare wereld. Zo bezien zijn mensen slechts een lichaam met hersenen en is de geest op een of andere manier ontsproten uit die hersenen. Ik zou het juist omdraaien. Het universum bestaat uit alleen maar geest en een beetje materie. Wij mensen zijn ook onze geest die in contact staat met onze hersenen en daar zit een lichaam aan vast. De kern van ons bestaan is de ziel. En de geest is het vermogen van de ziel. 


Hoe de geest verbonden is aan het lichaam blijft volgens de geleerden vooralsnog in nevelen verhuld. Hoe kan iets immaterieels als het bewustzijn de materie beïnvloeden? Wij kunnen gedachten niet zien of te pakken krijgen in een laboratorium. Alleen de hersenactiviteit kunnen we meten, waarnemen. Maar die geest, u mag het ook bewustzijn noemen, dat is de kern waar het om draait. Dat zou mijns inziens daarom ook het nieuwe onderzoeksveld mogen zijn voor moderne natuurkundigen. 


Achter die wereld van waarneming zit het fundament van de wereld. Moderne natuurkundigen zouden het tegenwoordig het veld noemen of energie. Dit is wat de filosoof Schopenhauer reeds in de negentiende eeuw de wil noemde en Carl Jung na hem de Unus Mundus. 


Zo kom ik via Schopenhauer weer terug op David Hume en zijn probleemstelling van de causaliteit. En waarom u daar niet uit komt. Schopenhauer argumenteert dat de causaliteit is beperkt tot de fenomenen en dat het idee van verschillende objecten een attribuut van tijd en ruimte is die onze zintuigen tonen aan onze ervaringen. Daarom kan de wereld voorbij onze zintuigen niet verdeeld worden in verschillende dingen, maar moet een enkele, ongedifferentieerde werkelijkheid zijn. Dit is wat Schopenhauer de wil noemt. Ik meen op te maken uit uw boekje dat u die ene werkelijkheid achter de verschijnselen niet wilt erkennen. 


Voor mij is die ene werkelijkheid de oceaan waar alles uit voortkomt en waar alles naar teruggaat. Door uw boekje te lezen is mijn geloof daarin alleen maar sterker geworden. In een recente column schrijft u over een gesprek dat u had met een stervende en haar vroeg of ze geloofde dat er na het sterven nog iets komt. Je hoopt van wel, maar je denkt van niet, had die mevrouw geantwoord. En dat vatte voor u twintig eeuwen filosofie en theologie samen. Voor mij zit het anders, ik hoop namelijk niet alleen van wel, maar ik denk het ook. 


Ik zie uit naar jaren van columns van uw hand waarin u hetzelfde standpunt blijft herhalen in steeds andere, vermakelijke woorden. 


Hoogachtend,


Arjen Baars

Reacties

Populaire posts van deze blog

Psychose gevoeligheid: wat is het? En ja, herstel is mogelijk

Dit is mijn natuurfilosofie. Herziene editie

Ik spreek mij uit over de oorlog in Palestina/ Israël